Schapen
Schapen worden voornamelijk in de herfst- en winterperiode bijgevoerd. De voedergift is sterk afhankelijk van de weersomstandigheden. Tijdens sneeuw moet er naast krachtvoer ook hooi en stro worden verstrekt. In de lente zijn schapen tijdens de zoogperiode extra gevoelig voor kopervergiftiging. Verstrek daarom geen krachtvoer van andere diersoorten aan de schapen.
Voedingsschema Schapen
Drachtige ooien naast weidegang max. 0,3 kg per dag.
Ooien met lammeren max. 1 kg per dag.
Geiten
Voor dwerggeiten en melkgeiten is een speciale korrel ontwikkeld. De voederhoeveelheid is afhankelijk van de omstandigheden waarin de dieren zich bevinden. Bij geitenvoer is extra aandacht besteed aan de calcium/ fosfor verhouding om het ontstaan van nierstenen zoveel mogelijk te voorkomen. In hertenkampen krijgen herten en reeën naast krachtvoer ook hooi en stro bijgevoerd.
Voedingsschema geiten
Geiten met een lichaamsgewicht van ongeveer 60 kg en drachtige geiten, naast hooi ongeveer 0,5 kg per dag. Na het lammeren de krachtvoedergift opvoeren tot 1 à 2 kg per dag, afhankelijk van de melkgift.